Gebaseerd op waargebeurde feiten

Grutte Pier – Leaver dea as Slaef

In ontwikkeling
GenreHistorisch drama Rating
Taal Nederlands
Release Culturele hoofdstad 2018

Pier Gerlofs Donia, boer te Kimswerd, is met de jongste boerenknecht Jarich, met paard en wagen op weg van Harlingen naar huis. Ze praten over boerenzaken en over de slechte roerige tijden. Het is allemaal vreemd volk in Friesland en de gewone man moet hoge lasten opbrengen. In dat gesprek komt er ook uit hoe Jarich, in wees, bij Pier belandt is. Op de toren van Kimswert zijn, ook al in verband met de slechte tijden wachters uitgezet. Ook wordt er over de politieke toestand gesproken.

Pier en Jarich worden overvallen door een aantal struikrovers. Er ontstaat een gevecht. In dat gevecht doet Pier zijn grote kracht blijken: hij slaat de meeste overvallers eigenhandig neer. Bijna was het nog verkeerd afgelopen, maar dan is Jarich er ook nog. Als Pier en Jarich thuiskomen, worden ze opgewacht door Pier zijn vrouw Rints en de beide kinderen Gerloff en Wobbel. Ze praten over de overval en over de toekomst. Met name de kleine Gerloff staat in het middelpunt, want die is de volgende dag jarig, hij zal zes worden. Hij is natuurlijk ook de toekomstige opvolger van Pier. Pier is ontzettend begaan met zijn vrouw en kinderen.

Als Pier een dag later in de kroeg zit – op de laffe overval, de overwinning en de verjaardag van de kleine Gerloff wordt gedronken – begint ineens de kerkklok te luiden: er is wat aan de hand. Dan vliegt Jarich de kroeg binnen: Pier moet onmiddelijk komen, “Die van Franeker” hebben zijn boerderij overvallen. Pier galoppeerd op het Friese paard naar huis. Er is niets meer te redden. De boerderij staat in de brand, de koeien loeien, de aanvallers vluchten. Pier zoekt wanhopig naar zijn vrouw en de kinderen. Hij vindt ze: dood. hij schreeuwt het uit van verdriet.

In de nacht smeedt Pier een ploeg om tot een kolossaal zwaard. Als dat klaar is zweert hij met de hand op het zwaard wraak voor zijn vrouw en kinderen. Enkele dagen later is Pier in Arum te vinden. In de kroeg zitten een aantal mensen die in dezelfde situatie verkeren als Pier: ook zij hebben alles verloren en ze willen wraak. Een daarvan is Kleine Thys van Arum. Voor de rest zijn daarbij de Schieringers Woeste Wierd van Bolsward en Rode Sybrandt Hertmans van IJlst. Deze drie mannen worden de vaste maten van Pier. Sybrandt doet vaak voor Pier het woord: Pier is zelf geen spreker. Sybrandt maakt de mensen ook duidelijk dat ze op de landerijen niet veel kans hebben, maar op zee veel meer. Er worden Pier direct schepen aangeboden voor de strijd. Geen boer die ook geen zeeman is. Het volk van de Arumer Zwarte Hoop, zo hoe ze zichzelf noemen, begint aan boord al tamelijk snel met het maken van ‘vuurpotten’ en ‘raketten’. Ook Jarich is van de partij en wil van alles weten.

De eerste slag op zee is direct in succes. Bij Hoorn verovert Pier 10 kogschepen. Pier zijn kleine snelle oorlogsschepen kunnen veel beter gemanuvreerd worden als de logge kogschepen. Pier verdeeld de buit onder zijn volk. Zelf hoeft hij niets: hij vecht niet voor de buit, maar voor de wraak en voor Friesland. Het scheepsvolk draagt hem op handen.

Na aanleiding van de slag bij Hoorn krijgt Pier een brief van de Hertoch van Gelre. Zijn vertegenwoordiger in Friesland, Hendrik van Erkelens, nodigt Pier uit om eens te praten. Hendrik van Erkelens zegt Pier vrijheid voor de Friezen en vrijstelling van belastingen toe, als Pier hem aansluit bij Gelre. In het gesprek komt het grote verschil tussen de beide mannen uit: Pier is een boer zonder al te veel woorden, rechtuit, van Erkelens is van hoge komaf en draait met veel woorden diplomatiek om de waarheid heen. Pier laat hem overtuigen.

Als Pier weer terugkomt bij zijn volk hoort hij van een gevangengenomen Hollander, dat een Hollandse vloot onder admiraal Snees met een grote vloot van 36 schepen onderweg is soldij voor de echte ‘Zwarte Hoop’, de bende die naar alle gedachten ook meegewerkt heeft aan het in de brand steken van Pier zijn boerderij, van Enkhuizen naar Harlingen zal brengen. Pier er op af. Een grote zeeslag ontstaat. Pier is in de minderheid, maar ook al omdat hij zelf vooraan in de strijd meevecht en zijn volk aanvoert, wint hij de slag. Snees ontkomt met de soldij naar Enkhuizen, maar daar worden 28 van de 36 schepen veroverd. Van de buit moet nu de helft naar Gelre. Pier en zijn aanvoerders moeten dat aan de mannen uitleggen. Daar ontstaat al wat discussie over: ‘Wat hebben wij met Gelre te maken!’ Pier, maar met name Sybrandt Hertmans wijzen op de voordelen van het samenwerken met Gelre.

Pier verovert weer eens een schip. De vijandige bemanning zal, zoals gewenst, over boord worden gegooid. Een bemanningslid van het vijandige schip beweert eveneens dat hij een Fries is en dat hij gedwongen werd om aan de kant van de Hollanders mee te vechten. Om daar achter te komen of de man ook liegt, moet hij het zegje “Bûter, brea en griene tsiis, wa’t dat net sizze kin is gjin oprjocht Fries” nazeggen. Voortaan zal dat met elke vijand gebeuren. Wie het niet zonder flaters kan zeggen, wordt zonder pardon met de voeten vastgebonden in zee gegooid. Medelijden is er niet bij: “Sjoch hoe’t dy keutels fan ’e duvel swimme kinne,” roept Pier grijnzend over alles heen. En iedereen die om genade smeekt krijg als antwoord: “Ha jim myn frou en bern ek genede jûn?” En dan zeult Pier zo’n iemand eigenhandig over boord. Hij wordt steeds wreder. Jarich schudt zijn hoofd.

Dan wordt er een schip veroverd waar ook 2 vrouwen op zitten, deftige vrouwen. De scheepslui vermaken zich wat met de beide vrouwen, ze trekken hun de kleren van het lijf. Het doet blijken dat het de vrouwen zijn van Hessel Martena en Juw Bottinga, beide vetkopers en eigenlijk de vijanden van Pier, die zelf een Schieringer is. Pier neemt de beide vrouwen in bescherming. Jarich wijst Pier op zijn dubbele moraal, wreedheid en weekheid tegelijk. Jarich vindt eveneens dat Pier over het generaal veel te wreed is, alleen maar op wraak uit is. Pier wordt kwaad op Jarich: “Wie heeft mijn vrouw en kinderen vermoord? Ik hoor liever een hond blaffen als “een Hollander” praten.” Pier wijst ook nog op de bijbel: er wordt een strijd tussen twee volken beschreven, de Efraïmieten en de Gileadieten. De Gileadieten waren de baas over de “trochwaadbere” plekken in de Jordaan. Iedereen die over de Jordaan wilde, moest het woord ‘sjibbolet’ zeggen. Wie dat niet kon en in plaats van ‘sj’ ‘s’ zei, werd ontmaskerd als Efraïmiet en vermoord. ( Richteren 12: 5 en 6.) Pier vindt dus dat hij met zijn “Bûter, brea en griene tsiis” in goed gezelschap is. Om de wreedheid van de andere kant nog eens extra te laten kijken laat hij een man komen die twee vingers van de rechter hand mist. De Hollanders hebben hem verdacht van samenspannen met de vijand, de Geldersen, en hem twee vingers afgehakt. “In man dy’t gjin swurd mear fêsthâlde kin, is gjin man mear.” Pier kan Jarich niet overtuigen van zijn recht op wreedheid. De ruzie tussen de beide eindigt daar waar Jarich wegloopt.

Als er op een moment een bestand geldt tussen Gelre en Holland, en Pier in Bolsward toekomt, ziet hij met Sybrandt Hartmans voor het eerst de ‘Greve fan Nichlenburch’, een narrig type met indringende vreemde ogen. De ‘greve’ ziet de beide mannen boos aan en roept “Wee jimme, wee jimme”. Sybrandt weet te vertellen dat de man in de toekomst kan kijken. Pier haalt zijn schouders op.

In datzelfde bestand neemt Pier, ook al omdat hij steeds meer een hekel kreeg aan Van Erkelens, het op voor een Hollandse roggekoopvrouw in Sloten. Van Erkelens wil de rogge in beslag nemen zonder er wat voor te betalen natuurlijk, maar Pier komt tussenbeide. “Bestand is bestand!” Zelf heeft hij aan dat bestand een gruwelike hekel, maar het is hem ook opgelegd door de Geldersen. En dan moeten die zich in eerste instantie aan zo’n bestand houden. Pier is woedend. Tussen hem en Van Erkelens ontstaat een fikse ruzie. Van Erkelens geeft toe en weet Pier neer te bedden. Hij biedt hem drinkgeld aan om zijn gram te verdrinken.

Als het bestand afloopt is Pier op zee direct weer in zijn element. Hindelopen, dat in handen is gevallen van de Hollanders, moet veroverd worden. Met grote Wierd en Thys van Arum bedenken ze een slim plan met vuurschepen. Hindelopen wordt veroverd. En dan moet Medemblik in de brand: daar wordt het materiaal verkocht dat door de Hollanders in Friesland geroofd is. De Medemblikkers kopen voor een krats al het gestolen materiaal en verkopen dat weer met grote winsten. Dat is Pier slecht naar de zin. De slag om Medemblik is link, maar Pier weet weer de overwinning te halen.

Na Medemblik krijgt Pier last van zelfoverschatting. Hij wil nog wel eens opscheppen.Thys van Arum komt met een gedicht aanzetten dat Pier verheerlijkt. “Ick Groote Pier, coninc van Vrieslant, Hertog van Sneeck, Graaf van Slooten ensfh.” Pier vindt het prachtig, maar hij weet eigenlijk ook wel dat hij voor de gek gehouden wordt. Hij heeft dan ook een anderr doel als in het versje aangegeven wordt: hy tsjinnet allinnich himsels en Fryslân.

Dan heeft Pier een tweede ontmoeting met de ‘Greve van Nichlenburch’. Die wordt in een kroeg genard. Pier nemt het voor de man op. De ‘greve’ waarschuwd Pier: hij ziet zwarte tijden voor hem aankomen. Na aanleiding van die waarschuwing begint Pier zich af te vragen waar hij eigenlijk mee bezig is. De Geldersen beloven van alles, maar maken niets waar. De Friese adel is verdeeld in Schieringers en Vetkopers.  Het is allemaal vreemdvolk in Friesland. Dan wint de Hollander weer wat en dan Gelre weer. Het is de ene duivel er uitjagen en de andere binnen halen. Het gewone Friese volk wordt de dupe.

Als Gelre Pier vraagt om mee te doen aan de verovering van Emmerik, wil Pier eerst niet: wat heeftt Emmerik met Friesland te maken? Met opnieuw allemaal valse beloftes wordt Pier tochs weer overgehaald om mee te doen. De tocht naar Emmerik mislukt omdat de hertoch van Gelre niet op komt dagen met zijn troepen, wat hij wel beloofd had. Pier denkt dat een en ander met opzet gebeurd is om van hem af te komen.

Op de terugreis naar Friesland ziet Pier voor de derde keer de ‘Greve van Nichlenburch’, nu als voorteken: de ‘greve’ kondigt Pier zijn dood en die van Sybrant Hertmans aan. Pier neemt het besluit om met de strijd op te houden.

In Sneek, waar Pier zijn woning staat, wordt hij geplaagd door kwalijke dromen onder andere over zijn wreedheid en zijn ruzie met Jarich. Nog net voor zijn dood krijgt hij visite van Jarich. Ze maken het weer goed met elkaar. Pier wil dan met de blote handen zijn zwaard in tweeën breken. Hij heeft er de kracht niet meer voor en sterft.

 

Grutte Pier is in ontwikkeling i.s.m. AVRO/TROS en Homemade Productions.